De Oude haven

 

DE VUREN VAN STAVOREN.

Stavoren heeft altijd een belangrijke rol gespeel als havenplaats. In 1884 werd deze functie versterkt door de aanleg van de spoorlijn Leeuwarden – Stavoren, met aansluitend een bootverbinding met Enkhuizen. Voor de veerdiensten werd een nieuwe spoorhaven aangelegd met een groot spoorwegstation. Reizigers die met de trein op het station kwamen, konden rechtstreeks overstappen op de veerboot.
Op het oostelijke uiteinde van de noordelijke dam werd een rode gietijzeren vuurtoren geplaatst, met een hoogte van 15,7 meter. De vuurtoren met bijbehorende havenlichten zijn in 1884 gemaakt door een Engelse firma uit Birmingham.

 

 

 

 

Aan het haveneinde werden twee strekdammen aangelegd. Op het uiteinde van deze dammen werden twee lage gietijzeren havenlichten geplaatst.
De havenlichten zijn op de kleur na (groen en rood) identiek aan elkaar. De groen-witte bevind zich op de zuidelijke pier en de rood-witte op de noordelijke pier. In 1905 werd er een misthoorn op het zuidelijke havenlicht geïnstalleerd.

Op deze foto is de nog in zijn geheel bestaande gording of houten bescherming tegen hoog water te zien.

 

 

 

De oorspronkelijke gording is nog steeds gedeeltelijk aanwezig. De gording doet geen dienst meer als bescherming voor hoog water, maar is nu een zitplaats voor bezoekers die genieten van alle schepen die binnen komen of uitvaren, of van de opkomende of ondergaande zon. Ook gebruiken de vissers van Stavoren de gording om hun netten overheen te hangen zodat ze kunnen drogen door de wind die vaak in Stavoren waait.

 

De vuurtoren en de havenlichten zijn nog steeds volop in gebruik. Het witte licht van de vuurtoren helpt de schepen die in het donker op het IJsselmeer varen en geen radar aan boord hebben, om te zien waar land is. Als je het witte licht van de vuurtoren in het midden van het groene en rode havenlicht vaart, lig je precies recht voor de haveningang (havenmond).

 

 

 

 

 

De naam vuurtoren komt van het woord vuur, vuur staat in de scheepvaart voor licht. Vroeger werd er ook echt vuur gebruikt in de vuurtorens, later olielampen en tegenwoordig branden de lichten elektrisch. In het begin van de havenmond aan de Noorder dam staat nog steeds het steigertje waar de vuuraansteker zijn roeiboot vast maakte.

 

 

DE ROLPAAL

Een rolpaal, is een paal die vroeger werd gebruikt als hulpmiddel bij het naar buiten trekken van schepen zonder motoren uit de haven. Als de schipper de haven niet uit kon zeilen door een verkeerde windrichting, of omdat er helemaal geen wind was, werd er een lange lijn op het schip vastgezet. De lijn werd tussen het schip en de sjouwerlui om de rol- of draaipaal gelegd, en de sjouwerlui trokken het schip de havenmond uit. De schipper zorgde, door het geven van tegenroer, dat het schip zonder de kant te raken de bocht kon nemen. Buiten de havendammen kon de schipper zelf koers zetten op de ruime Zuiderzee.

Een rolpaal is een houten paal met een stevige ijzeren constructie aan de zijkant, waar aan de boven- en onderzijde een oog zit. In deze ogen loopt een houten of ijzeren rol, waar de lijn langs rolt. Daaraan ontleent de ‘rolpaal’ ook zijn naam. De rolpaal is in Nederland een zeer zeldzame verschijning geworden.
Maar in Stavoren staan nog twee replica’s van rolpalen op de havendammen. Deze zijn eind jaren 70 geplaatst nadat de originele rolpalen zijn verwijderd. Deze rolpalen dateren vermoedelijk van 1884, toen werden ook de vuurtoren en de Havenlichten geplaats.

 

 

 

Originele Rolpaal

Gelukkig is één originele rolpaal behouden gebleven. Deze staat nu op de oude Schans t.o. nummer 5 aan het water.
Tevens is dit de ligplaats van de Jonge Siebren, een originele Staverse Jol die gebouwd is in 1901.
Scheepswerf Douwe Roosjen te Stavoren kreeg de opdracht van Visserman Douwe Mulder om een Staverse Jol te bouwen. Hij vernoemde de Jol naar zijn zoon Siebren. Douwe Mulder overleed in 1936, waarna zijn twee zoons nog twee jaar met de Jol hebben gevist. Het schip werd verkocht.

In 1994 bracht Jan Albada “de jonge Siebren” terug naar Stavoren, en kreeg ze haar vaste ligplaats op de oude Schans bij de originele rolpaal. Na Jan Albada zijn overlijden nam Jos de Vries (Marina Stavoren) het schip over en zorgde hij dat de Jol volledig werd gerestaureerd. Zij is nog steeds te bewonderen aan de oude Schans waar u ter plaatse nog meer kunt lezen over deze prachtige Jol. Bovendien zijn er in de maand juli en augustus zeiltochten over het IJsselmeer, waar u als opstapper mee kunt gaan. Voor meer info: https://www.museumponthus.nl/jollenzeilen/

 

TAANDERIJ

Op deze foto van 1929 is te zien dat vissers hun netten taanden. De taanketels stonden toen nog tegenover het treinstation. Het grote gebouw op de achtergrond is het Station van de Nederlandse spoorwegen. Er werd in die tijd gevist op haring en ansjovis. De netten waren van katoen en erg kwetsbaar. Daarom moesten de vissers er voor zorgen dat de netten elke veertien dagen getaand werden. Tanen deed men in een grote bak of ketel met kokend water met daarin cachou. Cachou is afkomstig uit de bast van tropische bomen en ging het rottingsproces door schimmels of bacteriën tegen. Katoenenzeilen werden ook vaak met taan ingesmeerd.

De taanbaas moest er op toezien dat iedere visserman op zijn beurt de netten kon tanen. Daarom kreeg de taanbaas vaak een borreltje aangeboden door de visser mannen, in de hoop dat ze dan eerder aan de beurt waren.

 

 

Na de oorlog kwamen de taanketels op de haven voor de IJsselmeervissers.

 

 

 

 

 

Op deze foto van ? zien we dat de taanketels werden vervangen voor ronde stalen bakken, waarin de IJsselmeervissers hun netten in water gemengd met zuur schoon lieten weken van groene aanslag.

 

 

 

De stalen bakken op bovenstaande foto zijn ondertussen verdwenen, en staat nu al sinds ? de leugenbank van Stavoren.

 

 

 

 

De taanketel is in ere hersteld en kunt u bekijken op de oude haven naast de leugenbank.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 27 juli 1903 werd de “ZuidwestHoeksche Friesche Cooperatieve Vischhandel” opgericht en werd er besloten tot de bouw van een Haringrokerij. Tot dan werden haringen en ansjovis opgekocht door vishandelaren uit IJmuiden en Nieuwediep. In 1904 was de Haringrokerij klaar voor gebruik en werd vanaf dat moment “de Hang” genoemd. “De Hang” was geen visafslag maar er werd vis aangevoerd en verwerkt, haring gerookt en ansjovis ingekuipt. Het gebouw werd enkele jaren na de afsluiting van de Zuiderzee in mei 1932 afgebroken.

 

 

In 1947 stonden er op de oude haven (vlnr) de woning van de Havenmeester, Het Rijkspeilschaalhokje (1880) en de gemeentelijke visafslag (1941).

 

 

 

1950